VorigVorig Go to previous topic
VolgendeVolgende Go to next topic
Laatste Bericht 04 aug 2009 14:16 door Remco Stuster
Informatie overige genera
0 Antwoorden
AddThis - Bladwijzer en Delen knop
Sorteer Berichten:
U bent niet gemachtigd om antwoord te kunnen geven.
Auteur Berichten

Remco Stuster



Posts:6002


Profiel

Delft

Dn Lid
Bestuur
Secretaris
--
04 aug 2009 14:16
    Minyobates:

    Alleen voor M. steyermarki blijft het genus Minyobates valide op basis van moleculaire analyse. Er zijn geen genus specifieke kenmerken vastgelegd. M. steyermarki is volledig fel gekleurd en heeft een eerste vinger die langer is dan de tweede, waardoor ze afwijken van soorten die eerst aan Dendrobates werden toegewezen. De kikkers zouden een amplexus hebben bij de voortplanting, wat ze verschillend maakt van alle oude Dendrobates soorten. Hechtschijfjes aan de tweede tot vierde vinger zijn iets verbreed. Het genus wordt alleen gevonden in Cerro Yapacana in Venezuela.


    Colostethus:

    Colostethus is het in stand gehouden genus dat het meest gereduceerd is in aantal soorten. Het meer dan 100 soorten omvattende genus bevat nu nog maar 18 soorten. Alle soorten hebben alleen de hechtschijfjes aan de tweede teen iets verbreed en mannetjes zijn aan de buikzijde dof en licht van kleur. Verdere kenmerken zijn de cryptische kleuren, langere eerste vinger dan de tweede en afwezigheid van gif in de huid. Vliezen tussen de tenen zijn sterk gereduceerd indien ze al aanwezig zijn. De meeste soorten komen voor aan de westkant van de Andes met name in Centraal Amerika.


    Silverstoneia:

    Een drietal voormalig Colostethus soorten is in een eigen genus, Silverstoneia, ondergebracht. Soorten uit dit genus zijn te herkennen aan een compleet doorlopende ventrolaterale streep. Een streeptekening die net boven de buik op de flanken loopt vanaf de achterpoten tot aan de voorpoten. Verder zijn met name de kikkervissen duidelijk herkenbaar door de umbelliforme monddelen: de monddelen zijn sterk vergroot en lijken daardoor duidelijk los te komen van de kop van de kikkervis. Ook ontbreken de keratine structuren in de meeste tandenrijen. Verder hebben de kikkers een eerste vinger die langer is dan de tweede, een gezwollen derde vinger bij mannetjes, vliezen tussen de derde en vierde teen en zijn ze cryptisch van kleur, veelal met een streeptekening op de flanken.


    Mannophryne:

    Mannophryne is het tweede genus dat geheel onveranderd is gebleven in soorten samenstelling. Kenmerkend voor alle Mannophryne soorten is een donkere band tussen de keel en buik. Vrouwtjes hebben een gele keel. De buikzijde van mannetjes is zeer fijn gestippeld. Alle soorten zijn cryptisch en niet giftig, hebben een eerste vinger die korter is dan de tweede en de derde vinger van mannetjes is niet gezwollen. Tussen de tenen zijn duidelijke vliezen aanwezig. Soorten behorende aan dit genus worden gevonden in Venezuela en Trinidad en Taboga.


    Aromobates:

    Aromobates is in haar nieuwe betekenis een samenvoeging van Aromobates nocturnus en de soorten uit het genus Nephelobates. Er zijn geen unieke kenmerken voor het genus gedefinieerd, maar alle soorten in het genus zijn deels ook in de nacht actief en van de meeste soorten is bekend dat ze een vieze geur produceren ter verdediging. Ze zijn cryptisch gekleurd en niet giftig. De onderkant van de rug is sterk gegranuleerd, de eerste teen is ongeveer even lang als de tweede en tussen de tenen zijn duidelijke tot zeer duidelijke vliezen aanwezig. Het genus komt alleen voor in de bergketens rond de grensstreek van Venezuela en Colombia.


    Allobates:

    Het genus bestaat uit de voormalige twee soorten A. femoralis en A. zaparo waarvoor het genus Allobates was opgericht voor deze revisie. Hieraan werden ruim veertig andere soorten toegevoegd vanuit het oude genus Colostethus. De meeste soorten zijn cryptisch van kleur met uitzondering van de femoralis gerelateerde soorten. Giftigheid ontbreekt in alle soorten. De meeste soorten hebben een langere eerste dan de tweede vinger. Veel van de soorten hebben heldere strepen op de flanken. Tussen de tenen zijn niet of nauwelijks vliezen aanwezig. Mannetjes hebben een dof gekleurde buikzijde met weinig tot geen zwarte stippen. Vermoedelijk is bij alle soorten bij het paren een amplexus, omklemming van het vrouwtje door het mannetje, afwezig.


    Anomaloglossus:

    Het enige unieke kenmerk voor dit genus is dat alle soorten een klein haakvormige puntje op het midden van hun tong hebben. Alle andere kenmerken zijn niet uniek voor het genus. De kikkertjes zijn allemaal cryptisch gekleurd in bruin en grijstinten. In veelal lichtere tinten kunnen er strepen aanwezig zijn dorsolateraal en/of op de flanken. De eerste vinger is korter dan de tweede en hechtschijfjes aan de vingers zijn iets verbreed. De derde vinger van het mannetje kan gezwollen zijn. Er zijn geen alkaloiden (gif) gevonden in deze soorten. De meeste soorten komen voor aan de oostkant van de Andes, veelal op Tepuis (granieten bergen voornamelijk in Venezuela).


    Rheobates:

    Hoewel er twee soorten aan het genus zijn toegewezen is er maar een in de analyse meegenomen. Er zijn daarom ook geen genusspecifieke kenmerken gedefinieerd en onderbouwing voor het genus is dus met name gewaarborgd door moleculaire verwantschap. Ook deze kikkertjes zijn cryptisch gekleurd en kunnen strepen hebben op de flanken, die echter nooit dorsolateraal aanwezig zijn. De eerste vinger is korter dan de tweede en de hechtschijfjes zijn iets verbreed. Tussen de tenen zijn duidelijke vliezen aanwezig. Er is geen haakvormige punt aanwezig op het midden van de tong. De kikkertjes zijn vermoedelijk niet giftig. De twee soorten komen voor in Colombia.
    0
    U bent niet gemachtigd om antwoord te kunnen geven.


    Back To Top