Rhacophorus reinwardtii
Remco Stuster
/ Categorieën: Overige soorten

Rhacophorus reinwardtii

Door: Wesley Brouwer

Klasse: Amphibia 
Orde: Anura                                                 
Familie: Rhacophoridae        
Geslacht: Rhacophorus
Soort:Rhacophorus reinwardtii

 
Voor het eerst beschreven in 1840 door Schlegel.
Andere benamingen: Reinwardt's Flying Frog, blue-webbed gliding frog, Java-Flugfrosch
 
Rhacophorus is een geslacht binnen de Rhacophoridae die samen met de Hylidae de echte boomkikkers vormen. Kenmerkend voor deze soort zijn de vliezen tussen de lange tenen,
Deze spreiden ze om een val of sprong om te zetten in een zwevende beweging.
Hiermee zijn afstanden gemeten van sprongen tot wel 12 meter.
 
Verspreiding:
De Rhacophorus reinwardtii is een schuimnest boomkikker die voorkomt in Azië.
Van Indonesië(Java, Kalimantan, Sumatra), Maleisië, Thailand, Vietnam tot aan Laos.
Hoewel het habitat van deze kikkers fors afneemt staan ze nog laag op de rode lijst.
Veel van deze wilde populaties lijken besmet met het gevreesde chytrid virus,
aangezien een leeuwendeel van de import dit schijnt te dragen.
Wat meestal ook snel tot de dood van deze diertjes lijdt.
Het is niet vaak dat de beestjes de vangst en export goed doorkomen,
Daarom is het belangrijk deze dieren te gaan kweken aangezien wildvang heel erg onder de stress lijkt te leiden.
 
Ze leven hoog in de bomen in (Sub)-Tropische vochtige laagland bossen en Hoogland nevelwouden.
Het grootste deel van hun leven slijten ze boven in de boomtoppen,
Enkel tijdens de moesson regen dalen ze af met tientallen tegelijk om te paren.
Hierbij maken ze gebruik van hun zweefkunsten.

 
Kweek:
Een vrouwtje vouwt een blad samen boven een poeltje waarna ze met haar achterpoten het schuim maakt waarin de eieren gelegd worden.
Vaak maken meerdere paartjes gebruik van 1 nest.
Het schuim dient om constant vochtigheid aan de eieren af te geven.
Nadat de larven uitkomen, valt het blad uit elkaar en de larven komen in het poeltje terecht waar ze al na een aantal dagen hun metamorfose doormaken en aan land komen.
Om dit na te bootsen zal waarschijnlijk een regenkamer het best werken.
 
Geslachtsonderscheid:
Vrij moeilijk om te zien aangezien er alleen sporadisch wildvang verkrijgbaar is.
Maar bij volwassen dieren is vooral de afmeting van belang.
Mannen worden niet groter dan 4 - 4,5 cm
Terwijl vrouwen ongeveer dubbel zo groot worden tot wel 9 - 10 cm
Vaak zijn vrouwen wat fletser van kleur en bezitten ze niet de kleurrijke vliezen.
Dit gaat helaas niet voor allemaal op aangezien er ook variatie schijnt te zitten in vanggebied.
De laatste 10 jaar zijn ook al veel uit deze familie onderverdeeld in andere ondersoorten.
Tijdens het paarseizoen bezitten de mannen vergrootte hechtschijven aan de 2e en 3e voorteen,
die zij gebruiken bij de amplexus.
 
 
Huisvesting:
Deze kikkers hebben een ruime bak nodig,
Zet nooit mannen en vrouwen bij elkaar zolang het vrouwtje nog niet dik is met eitjes.
De mannen duiken er graag bovenop, wanneer het vrouwtje geen eieren zal leggen blijft het stel in amplexus tot de vrouw sterft.
Wat temperatuur betreft lijkt 24-29 Gr. Overdag en 20-22 Gr. ‘s Nachts het beste te werken.
Ook lijkt het dat de dieren af en toe onder een warmtespot (UV) willen zitten overdag.
 
Hierbij lijkt een RV buiten het paarseizoen van 50% to 70% het beste.
Voor de paring voer je deze vochtigheid dan op tot 90%
Veel grote bladeren en andere klim/verstop mogelijkheden zijn noodzakelijk.
Ook een groot niet al te diep waterdeel lijken ze op prijs te stellen aangezien ze hier vaak even een duik in nemen om vervolgens weer snel omhoog te rennen.
 
 
Voeding:
 
Eenmaal gesetteld zijn ze goed te voeren met krekels, wasmot larven, vliegen en rupsen.
Vaak komt het voor dat ze de eerste weken niet naar het eten omkijken,
Hierbij helpt het om nachtactieve diertjes te voeren zoals wasmotten en andere nachtvlinders.
Een goede methode om aan deze nachtbrakers te komen is in de avond bij een lamp de dieren die hierop af komen te vangen en in het hok te zetten.
Eenmaal ontdaan van ziekten zullen ze hierdoor eerder getriggerd worden weer iets te eten.
Vrouwtjes die eieren aan het ontwikkelen zijn schijnen zelfs nestmuisjes te willen nemen.
 
Referenties:
 
  • Andere houders: Nikolai Orlov , Frank Spawn, Doctor Soos and Chris Rombough.
  • Amphibiaweb
  • The IUCN Red List of Threatened Species
  • Kuhl and Van Hasselt, 1822, Algemeene Konst- en Letter-Bode, 7: 104.
  • Frost, Darrel R. 2007. Amphibian Species of the World: Online Database
Printen
12277 Waardeer dit artikel
Geen waardering

Naam:
E-mail:
Onderwerp:
Bericht:
x



 

Back To Top