Plotselinge sterfte bij larven

 

Door: Ted Nales

In dit artikel probeer ik een specifiek soort van plotselinge sterfte bij larven van Dendrobatidae te omschrijven. Ik heb vernomen dat deze sterfte niet alleen bij mijn dieren optreed maar ook bij nakweekdieren van andere bekende en minder bekende kwekers. In gesprekken met hen bemerkte ik geen eenduidige verklaring voor deze sterfte en middels dit artikel probeer ik dan ook medehobbyisten te waarschuwen door de symptomen evenals de mogelijke therapieën te omschrijven en ik roep vaklui die meer kaas hebben gegeten van deze materie, op hun ideeën of bevindingen middels een telefoontje aan mij en/of een artikel in dit blad kenbaar te maken.

Inleiding.
Mijn jongste zoon wordt binnenkort tien jaar en dit is voor mij een ezelsbruggetje dat het in het voorjaar van 1990 moet zijn geweest dat ik mijn eerste kikkers, tijdens de derde kikkerdag, aanschafte. Deze zorgden binnen het jaar voor nakweek. Van het een kwam het ander en dit allemaal tot veel plezier van de hele familie mede ook omdat de hobby redelijk budgettair neutraal bleef. De minpunten zoals; zorgen over het aanslepen van voldoende fruitvliegen, de aanloop en de telefoontjes wanneer de frequentie net niet leuk meer was en de gemiste vakanties werden op de koop toe genomen. Zo ging dit een paar jaar door en af en toe werden, al of niet voorzichtig, andere soorten aangeschaft. Niet vanwege mijn nakweekkikkers maar vanwege mijn eigen gezinsuitbreiding werd enkele jaren geleden het plan geboren om een nieuw huis te bouwen en te verhuizen. Een wat grotere kikkerkamer was natuurlijk bij het plan inbegrepen. De plannen werden uitgevoerd. Ik zal de lezer de echte details besparen hoe het is om, naast een fulltime haan, een huis te bouwen en daarnaast een twaalftal bakken te moeten maken om de kikkers te verhuizen en anderhalf jaar in leven te houden. De 17 "oude" bakken moesten leeg en schoon gemaakt worden en werden opgeslagen tot het huis klaar was. De 12 verhuisbakken werden eerst op een slaapkamer bij familie gestald, want het nieuwe huis was nog niet klaar. Op de betreffende slaapkamer was het begin oktober 12 graden, er was geen centrale verwarming en na drie weken was de eerste D.Azureus morsdood. Goede raad is duur, de kikkers werden maar weer verhuist naar mijn noodwoning. Daar werd het lekker warm gestookt. Vervolgens werd na 6 maand het hele kikkerbestand naar mijn nieuwe woning, die half af was, verhuisd. Vervolgens werd alles pas nog eens drie maand later op de definitieve plek, namelijk de eigenlijke kikkerkamer, geplaatst.

Een specefieke plotselinge sterfte bij larven.
De hele operatie had in deze anderhalf jaar "slechts" twee kikkers "gekost" en er was nauwelijks tot geen nakweek. Na enkele maanden rust, reinheid en regelmaat werd het weer leuk. Er werd gefloten en gezoemd en de eerste eitjes gelegd. Het bestand bestond uit; 2 koppels D. Azureus, 1 koppel D. Tinctorius (Frans Guyana), 1 koppel D. Tinctorius (Oyapock), een trio D. Leucomelas , 2 koppels Phyllobates Vittatus en door de aanschaf van een D.Auratus was ik weer in het bezit van 1 koppel D. Auratus. Het leven was leuk.

Hoe ik voor het eerst merkte dat er iets aan de hand was.

Luciferpootjes, glasbuikjes, bekschimmel, te vroeg loskomen van de larve uit het gelei kwamen incidenteel voor, evenals het uit de bakjes springen van de larven, het door de afvoer verdwijnen van de larven tijdens het verschonen en andere incidentele ongelukjes. Maarja dat hoort erbij. Waar leven is is ziekte, ongeluk en dood. Een uitval van 10, 20 of 3O % is te dragen. Vanaf het voorjaar van 1999 viel me opeens iets anders op. Ik kan niet met zekerheid zeggen of dit al eerder aan de hand was, sterker nog, ik geloof dat dit voor die tijd incidenteel wel vaker was voorgekomen, maar het begon me nu door de frequentie op te vallen. Halfvolgroeide tot bijna volgroeide larven begonnen opeens te drijven, kregen na enkele uren tot 1 dag een ander uiterlijk een soort "braadpan-meervalvorm", kregen soms vaag zichtbare blauwe of witte verkleuringen. werden apathisch en stierven vervolgens zo tussen een halve tot anderhalve dag na het begin van de verschijnselen. Op een gegeven moment viel het op dat er elke dag een aantal redelijk grote larven plotseling dood gingen, want meestal is de kritische periode voor een larve dan wel voorbij. Op een kikkerdag sprak ik daarover met een bekende kikker kweker. Ik omschreef de symptomen en hij hield het op de matige kwaliteit van het drinkwater waardoor schimmels alle kansen kregen om hun dodelijke werk te doen. Even dacht ik dat hij gelijk had want een nieuw huis betekend nieuwe waterleidingen. De sterfte ging door. Een andere bekende kweker melde dat hij de symptomen herkende en er zelf ook last van had. Hij hield het op een flagellaten infectie en zijn advies was om, zo snel als ik een larve met de beschreven aandoening zag, een Flagyl oplossing toe te dienen. Deze oplossing maakte hij door een halve tablet Flagyl fijn te wrijven, deze vervolgens op te lossen in zon 100 ml water. Van deze oplossing gebruikte hij steeds een halve eetlepel om toe te dienen in het water waar de noodleidende larve in zwom. Een lezing, gegeven door prof. Zwart op een van de kikkerdagen, bracht ook geen helderheid, alleen werd mijn spookbeeld dat ooit het menselijk ras uitsterft aan allerhande bacteriën, virussen en ander gespuis behoorlijk gevoed door al de wezens die ik op dia's te zien kreeg..

 

Expermiteren met de behandeling.
Ik probeerde ook maar wat. Wanneer Flagyl zou helpen zou Flagellex, een middel van Colombo dat werkzaam is tegen flagellaten bij vissen, ook moeten helpen. Ik gaf eenzelfde tot iets hogere dosering als bij vissen (conform de gebruiksaanwijzing zou het 1 ml per 5 liter zijn) en merkte dat dit, als ik direct begon wanneer de verschijnselen begonnen, wel iets hielp maar niet echt overtuigend. FungicelI, een middel van RS en een bestrijdingsmiddel van huidschimmels bij zoetwatervissen had hetzelfde, niet overtuigende, resultaat. Een (fysiologische) zoutoplossing (ik deed 2 afgestreken theelepeltjes keukenzout op 1 liter water) leek nog de meeste effecten te hebben. Wat later merkte ik dat D.S.D., een middel op methyleenblauw basis tegen de "wittestipziekte" (lchthyophthîrius multifihis) bij zoetwatervissen, even goede resultaten had dan fysiologisch zout.

Enkele overpeizingen.
Flagellaten zouden parasieten zijn die men altijd in de ontlasting van kikkers aan kan treffen omdat deze van nature (commensaal) aanwezig zijn in de olasting. Het ziekteverwekkende vermgen van flagellaten zou dan ook discutabel zijn. Hoewel? Trichomonas infectiekomen bij vrouwen veel voor. Waterschildpadden en andere dieren die in of rond het water leven hebben ook vaak last van een trichomonassoort. Rexamdie zo berucht was, en is, van de "gatenziekte" bij discusvissen is ook een flagellaat. Maar waarom hebben mijn kikkegeen en mijn larven wel last van flagellaten? Zijn ze daar gevoeliger voor want wanneer de larven eenmaal op land zijn ontstaan er geen problemen meer.

Voorlopige therapie totdat iemand me verder kan helpen.

Dagelijks controleer ik mijn larvenbestand, het liefs twee keer. Wanneer ik een larve zie die drijft en moeite heeft weer naar de bodem te komen, of nog erger, die een merkwaardige "braadpanmeervalvorm" heeft of vage witte of blauwe verkleuringen laat zien, zet ik deze larve direct apart en behandel deze door hem in een schoon, ontsmet bakje te doen, met een verse oplossing van 1 druppel D.S.D. in 1 liter water. Zo mogelijk herhaal ik dit enige keren op een of enkele dagen, totdat de ziekteverschijnselen geheel verdwenen zijn. Ik probeer zo schoon mogelijk te werken om kruisinfecties te voorkomen. Wanneer ik er op tijd bij ben overleeft de larve het en ontwikkelt zich, op het oog, tot een normale en gezonde kikker.
Literatuur: Dr. J.D. van Ramshorst, 1977. Elseviers Aquarium Encyclopedie. Elsevier Amsterdam/Brussel. R. Dieltjes, Darmparasieten bij amfibieen en reptielen. "Het Aquarium", Jaargang 67, nr.5 mei ~797.

 

Back To Top